Gesmolten in Argos De Es

Denk aan de Koffiemeisjes
die leken vandaag net ijsjes
Ze zijn gesmolten in Zorgcentrum De Es

Dat kwam door meerdere dingen
door de hitte en  ’t zingen
’t was 32 graden, wat een stress!

Ze hadden het voorspeld:
Niet te druk doen, want je smelt!
Maar ze waren ongelooflijk eigenwijs…

Als twee pakjes boter,
maar dan alleen wat groter,
zijn ze uitgelopen, tot een plasje ijs

Enkel nog een roze schortje
lag daar naast hun bordje…
Alle kranten hebben het vermeld,
op de eerste pagina.
Kijk het zelf maar even na.
Ja, daar staat het, kijk maar: ‘Koffiemeisje smelt’ .

Die arme Koffiemeisjes!
’t waren net frambozenijsjes…
En ze smolten na hun allermooiste lied

Laat u zich vooral bedwingen
en ga met die hitte niet zingen
want zo’n einde gunnen zelfs de Koffiemeisjes u niet.

(vrij naar Annie M. G. Schmidt)

Onze missie verbeeld: blijf zingen!

Vandaag waren we een keer geen koffiemeisjes, maar limonademeisjes. We deelden geen koffie uit, maar ranja met een gekleurd rietje en hoewel de regen herfstig tegen de ramen sloeg en er geen Sofietje in heel  Huize Sint Petrus te bekennen was, ging dit koele drankje er gretig in bij ons publiek.  ’s Morgens bij de bewoners van de gesloten PG-afdelingen op hun huiskamers en ’s middags in de recreatiezaal voor de anderen. Het was een volle, mooie dag in Berkel en Rodenrijs, een dag waarop onze missie zomaar in een feller licht dan ooit werd gezet.

Aan het eind van de middag, kleden we ons om, verzamelen onze karrenvracht aan spullen en drinken voor het inladen nog een cappuccinootje aan de lange tafel in de hal. Een mevrouw komt door de schuifdeur van buiten. Ze manoeuvreert haar rollator omslachtig langs een plant en ploft neer in een vrije stoel.

‘Zo, even uitrusten!’

‘Bent u lekker buiten geweest?’, vraag ik.

‘Ja, heerlijk! Maar het werd wat fris, zonder het zonnetje.’

Ze herkent ons van de foto in het Activiteitenblad en er ontvouwt zich een gesprek over muziek. Ze vertelt dat ze haar hele leven heeft gezongen; dat ze het met de paplepel ingegoten kreeg door haar ouders die verdienstelijke operazangers waren.

‘In de oorlog waren er geen radio’s en dan vroegen de buren van mijn ouders hen regelmatig om de ramen aan de tuinkant open te zetten en voor ze te zingen.’

We praten over de noodzaak van muziek in het leven, de vreugde die het geeft, de verbinding die het mogelijk maakt en hoe het de herinnering aanraakt. Ze vindt het  fijn en belangrijk dat er in hun huis wordt gezongen door mensen zoals wij. Ze kan, door haar leeftijd (‘ik ben uit 1934’) en tot haar spijt, niet meer zingen in het koor waar ze tientallen jaren deel van heeft uitgemaakt en op mijn vraag of ze stiekem nog wel eens zingt, zegt ze glimlachend:

‘Ja, op mijn kamer, waar niemand het kan horen!’

De vrouw die naast haar zit haakt in.

‘Vorige week zag ik Betsy (niet de werkelijke naam) zitten. Ze was zo aan het huilen! Ach, ach, wat huilde ze. Ik vroeg haar wat we eens konden doen, want het was zo vreselijk, maar ze huilde alleen maar. En toen kwam het ineens in me op om wat met haar te zingen. En toen zongen we “Ik Ga Slapen, Ik Ben Moe” samen. Zomaar, midden op de dag. En ze werd helemaal rustig. Ze stopte met huilen en ze zong met me mee.’

Ze keert zich naar haar buurvrouw.

‘Dus als u zingen wilt, zet u dan uw deur maar open hoor. En als Betsy weer huilt, zingt u dan maar een mooi lied voor haar.’

Onze missie verbeeld en verwoord.

Betsy kenden we al. Ze was er vanmiddag ook. Ze werd naar de recreatiezaal gebracht en ze genoot, ze spiegelde onze bewegingen en zong stukjes mee. Ze lachte vaak, maar soms keek ze zorgelijk, zoekend rond. Dan zag ik de onrust rondwaren in haar brein. Na afloop, toen de zaal leegliep en ik de kabels stond op te rollen, hoorde ik Koffiemeisje Ilonka heel zachtjes ‘Stille Nacht’ met haar zingen. Ik keek om en zag ze samen zitten in de bijna lege zaal. Ik draaide het volume van de versterker, die nog wat Jaren 60 hitjes liet horen, langzaam naar 0, ik ging door met het oprollen van het snoer en ik luisterde naar hoe aandacht klinkt.

Een zilveren dag met een gouden randje

Donderdag speelden we in Zorgcentrum De Bovenberghe in Schoonhoven, bekend om zijn zilverindustrie en het werk van ambachtelijke zilversmeden. Een kleine stad in de Krimpenerwaard, met een eeuwenoud stratenpatroon, een carillon, havens en singels, monumenten en zilverwerkplaatsen en Het Zilvermuseum.

We schreven er een liedje over, op Toon Herman’s 24 Rozen. Een liedje dat ging over de grote Bartholomeuskerk, de Lek, zilveren lepeltjes en zilveren vorkjes en zelfs over Helga van Leur, die er vandaan komt. Een goede poging, dachten we…

Tot ‘Bassie en Adriaan’ opstonden. De muzikale Bas was jarig en zijn maatje (die we voor de lol maar Adriaan noemden) had jarenlang in het Shanty-koor gezongen en had ook een dijk van een stem. En samen, getooid in onze veren, zongen ze Schoonhoven Mooi (De stad waar ik altijd wil wonen). Wat een cadeautje!

En zo werd donderdag een zilveren dag met een gouden randje.

De Lange Wei viert feest

Willen we wel naar Hoornaar?, vraag ik me af,  als ik de naam van de plaats waar we gaan zingen intyp in Wikipedia. Een vervaarlijk uitziende steekwesp kijkt me aan vanaf het scherm.

Maar we gaan en rijdend door de schitterende Alblasserwaard, zijn er gelukkig geen hoornaars te bekennen. We rijden door plaatsjes met tot de verbeelding sprekende namen als  Goudriaan, Ottoland en Schelluinen, langs het schoons van de rivieren de Merwede en de Lek, voorbij schattige, oude huisjes, door groene landerijen en we wanen ons even in de tijd van de oprichting van de Burgemeester De Boer Stichting in 1952.

Nog een weekje en dan bestaat De Lange Wei (de nieuwe naam sinds 2003) 65 jaar. Wat een leeftijd! Als het in 2014 gebouwde complex van De Zes Molens voor ons oprijst, dan zijn we weer terug in het nu. Het is er licht en modern sfeervol en ze zijn er klaar voor, voor het feest. ’s Morgens mogen we de bewoners in Hoornaar toezingen en ’s middags rijden we over kronkelende weggetjes naar Hardinxveld-Giessendam, waar we het voor groot publiek nog eens dunnetjes over mogen doen.

‘De mensen zijn hier niet zo heel uitbundig’, waarschuwt een medewerker ons. ‘Maar als ze blijven zitten en niet weg willen lopen, dan heb je het goed gedaan!’

We zetten ons ouderwetse bakkie koffie en we zingen met ondersteuning van een voltallig koor Alblasserwaardse stemmen onze liedjes. En we scoren twee maal een uitbundige polonaise.

‘Ja, toen jullie koffie gingen zetten, dacht ik even ‘Wat moet dat nou worden…’, maar toen jullie gingen zingen! Ik kan wel zeggen dat dat wel van een zeer goeie kwaliteit was. En ik kan het weten, want ik heb altijd trombone gespeeld in een orkest. Hebben jullie ook een folder of een kaartje. Je weet maar nooit!’

Met folder en prachtige rode roos (cadeautje van De Lange Wei) in het netje van zijn rollator, schuifelt meneer de zaal uit.

‘Ik hoop tot ziens, dames!

Wat een warmte, gezelligheid en hartelijkheid. En ze bleven zitten, allemaal!

Op naar de volgende 65 jaar. Of wij dan komen zingen is wel wat twijfelachtig…

(Meer foto’s later)

De Zingende Koffiemeisjes Internationaal!

Moederkesdag in België

In West-Vlaanderen heet Gent geen Gent, maar Hent. Ze hebben er nog nooit van Buisman gehoord en als West-Vlamingen met elkaar praten, dan versta je ze niet.

Zaterdag gingen we de grens over bij Hazeldonk, richting Ieper, naar Woonzorgcentrum Wintershove in Vlamertinge. De Zingende Koffiemeisjes Internationaal! Hoe leuk is dat! Het zou er wel anders zijn, dachten we, maar verder dan de hierboven genoemde ‘verschillen’ kwamen we niet.

Ze hebben er ook gewoon een Moederdag in mei. Ze hebben ook prachtige huizen, waar ouderen samen wonen en worden verzorgd door kundige en betrokken verzorgenden, met rollatorparkings in de gang en hoekjes vol vintage-spulletjes. Ze hebben er ook gedreven en enthousiaste activiteitenbegeleiders, die er alles aan doen om de bewoners een zinvolle en fijne dagbesteding te garanderen; die hun tomeloze creativiteit aanwenden om op allerlei manieren geld bij elkaar te sprokkelen om een ‘schoon’ Moederdagcadeau te kunnen geven.

En de Vlaamse ouderen? Net zo muzikaal als die van ons! Net zo blij als ze worden toegezongen en net zo enthousiast bij het meezingen en muziek maken. We zagen dezelfde ontroering bij Droomland, dezelfde lol bij Omdat Ik Zoveel Van Je hou en een even lange polonaise bij O, wat ben je mooi. En bij onze aan alle moeders opgedragen toegift, Mag Ik Dan Bij Jou, was de stille aandacht even verpletterend als altijd.

Na afloop voelden wij ons welkom en een beetje jarig, want als Vlamingen hebben genoten, dan zeggen ze: ‘Proficiat! Het was schoon!’

Wat nou ‘de grens over’? Er waren zaterdag geen grenzen, want bij muziek en liefde verdampen die.

En o ja….ze moeten daar in Vlamingenland wel een ijzeren discipline hebben, want met zoveel oog- en tongstrelende chocoladewinkels op één vierkante kilometer, zou je toch verwachten dat ze stuk voor stuk tonnetjerond zouden zijn en dat zijn ze niet! Chapeau!

Een eersteklas 88!

 


Ze werd 88 afgelopen maandag en had zondag haar hele familie op de koffie om het te vieren.  En ze wist van niets. Ze vond het niet raar dat de bank opzij werd geschoven en dat dochterlief wat zenuwachtig heen en weer drentelde tussen de keuken, de slaapkamer (onze kleedkamer) en de woonkamer. Ze zag de rozen niet staan in de gang en verbaasde zich niet over de hoeveelheid taart die op de tafel stond. Ze hoorde het vervaarlijke gepiep van onze naar binnen gesmokkelde serveerwagen niet boven het geroezemoes uit en zag de nieuwsgierige blikken van haar kroost niet in de richting van de gang, waar wij onze opwachting maakten.

En toen wij binnenkwamen, moest ze even bijkomen, maar zagen wij daarna een klasse van 88, die wij later ook wel willen zijn:

ze zonnestraalde, ze zong de sterren van de hemel, ze koketteerde met de camera, ze danste als een koningin, ze lachte als haar dochter en ze pinkte een mooi traantje weg. Ze ontving haar cadeautje gracieus en genoot van en met haar enthousiaste familie.

En het appje van haar dochter de volgende dag, maakte van de twee zingende koffiemeisjes, twee blije, dankbare, zingende koffiemeisjes.

‘Mijn moeder belde net en ze zit nog helemaal na te genieten en te lachen om jullie! Zoals ze in België zeggen, ze heeft een gelukkige verjaardag gehad! Ze vertelde dat ze heel goed had geslapen. Ja, zei ze, en als ik tussendoor wakker werd, zag ik steeds die vrolijke gezichten van die meiden! Ze zijn zo leuk en goed!’

Nog gefeliciteerd, mevrouw Beukers. Wij hebben van uw feest genoten!

(Hans Beukers, bedankt voor de foto’s)

Een dag vol bloemen

De Zonnebloem Afdeling De Zilk bestaat 50 jaar. Al sinds 1967 zet deze groep vrijwilligers zich in voor mensen met een lichamelijke beperking en dat doen ze op z’n Zilks, actief en betrokken. Tijd voor een mooi verjaardagsfeest in Trefcentrum De Duinpan, met koffie en muziek van De Zingende Koffiemeisjes.

En we vallen met onze Leiderdorpse neuzen pardoes in de bloemen. Ze zijn niet te missen. De straten liggen vol met mozaïeken van hyacintenbloemetjes, de bollenvelden in en om het dorp stralen in kleuren die te mooi zijn om er namen aan te kunnen geven.

Overal bloemen! Bij de ingang van De Duinpan staan twee grote zonnebloemen van ballonnen. Op de revers van de
bestuursleden van de vereniging prijken gehandwerkte zonnebloemen en er staan narcissen in verschillende schakeringen geel op de tafeltjes. En om de diversiteit toch vooral te benadrukken zingen wij over edelweiss en een vaas vol rozen.

Als we later midden in een veld tulpen staan en gefotografeerd worden door een Franse familie uit Strassbourg (‘O la la, les fleurs et la mer sont merveilleux!!!’), dan horen en zien wij in gedachten nog het vrolijke gekwetter en het plezier en enthousiasme van het De Zilkse publiek.

En laten we wel wezen:  zij waren de allermooiste bloemen van de morgen!

‘Zouden het zusjes zijn?’

Het is een vraag die we bijna bij elk optreden krijgen. Vanmiddag in Huize Meerleven in Bennebroek was het weer zover; al in de eerste dolenthousiaste huiskamer was het raak:

‘Zijn jullie zusjes?’

Oké, oké! We hebben allebei blauwe ogen, houden beiden van soepjes en lachen en huilen om hetzelfde. We houden allebei van bloemen en van de zon op onze wangen en we kunnen kletsen tot die onder gaat. Dat wel! Maar haar wiegje stond in Den Haag, het mijne anderhalf jaar eerder in Leiden. Haar Paps was een grappige, rock ’n rollende, muzikale Hagenaar, die leidinggevend technicus was bij Gist Brocades, de mijne een lieve, praatgrage, klassieke muziek-liefhebbende en volkomen á-technische journalist bij de Nieuwe Leidse Courant. Haar moeder was een kokette, rock ’n rollende, pittige winkelbediende in een keurige modezaak en de mijne een knappe boekhoudster, die werkte bij dezelfde krant als haar lief en later promoveerde tot het ambt van klassieke huisvrouw en daar nooit meer vanaf kwam.

Ik draag een XL-etje en zij draagt een bescheiden maatje M. Zij meet bij lange na geen 1 meter 70 en ik ruim 1 meter 80. Ik dein wat en zij heeft de dans in haar lijf, zij sopraant en ik alt en zij snurkt in haar diepste slaap (écht!) en ik niet (denk ik)….

Dus waarom toch elke keer die vraag?

Vandaag zag ik het! Toen ik mijn hand bewoog naar de fragiele schouder van een vrouw in ons publiek, waar de hare al op bleek te liggen. En toen zij haar lach gaf aan een meneer die ik net wakker had gelachen. Toen we samen hand in hand met twee bewoners de Amsterdamse grachten bezongen. En in hoe we elkaar aankeken toen een eerst schijnbaar bewegingloze en onbereikbare mevrouw zachtjes 24 Rozen meezong.
Wij delen onze passie voor dit vak; we delen de verwondering over de kracht van de muziek, we delen onze liefde voor de oudere medemens, zoals die soms kwetsbaar is, soms sterk, vrolijk of rusteloos, uitbundig of ingetogen, maar zo vaak vol geweldige verhalen. We delen het geluksgevoel als we met ons optreden weer verbinding hebben kunnen maken, want daarvoor doen we het.

Als wij onze witte bloesjes en roze schortjes aantrekken en de bloemen in ons haar doen, dan is er maar één antwoord mogelijk op de vraag of wij zusjes zijn:

Ja! De twee Zingende Koffiemeisjes zijn echte zusjes. Eeneiige tweelingzusjes zelfs! Zeker weten!

Bent u wel eens een cadeautje geweest?

Gekke vraag misschien, maar in het licht van ons optreden van afgelopen zaterdag, wel een serieuze. De Zingende Koffiemeisjes waren zaterdag een cadeautje! Hoe leuk is dat?!

Projectinrichter/meubelrestyler Vision Furniture B.V., een bedrijf met veel projecten in de Zorgsector, gaf een optreden van ons cadeau aan Zorgorganisatie Cello Zorg als een felicitatie voor het realiseren van een nieuwe locatie in Boxtel, waarvoor zij de inrichting mochten verzorgen.

Cello Zorg is een organisatie die ondersteuning biedt aan 2000 cliënten in Noord-Brabant en de Bommelerwaard (ZW-Gelderland). De nieuwe locatie Cronenborg heeft 27 studio’s voor ouderen met een verstandelijke beperking en is sinds eind 2016 bewoond.

Emiel Geelhoed van Vision Furniture legt uit waarom juist dit cadeau:

“Het is iets totaal anders dan een flesje wijn of een bloemetje. Zo’n verhuizing is niet niks voor de bewoners en daarom vinden wij het zo leuk om een cadeau te geven waar juist zíj van kunnen genieten. Zie het als een warm welkom in hun nieuwe onderkomen, niet alleen met ons meubilair, maar ook met iets feestelijks.”

Wat een gezellig feestje werd het. Het enthousiasme in de volle recreatiezaal was hartverwarmend. En zoals dat hoort in Brabant, werd er luidkeels meegezongen en gedanst.

En na afloop kregen ‘de cadeautjes’ zelf ook nog een cadeautje: een handbewerkt vogelhuisje, gemaakt door de cliënten van de dagbesteding. En in dit geval hoeft Vision Furniture niets aan de inrichting te doen, want dat doen de vogeltjes.

De Koffiemolen

Eén van de belangrijkste stukken gereedschap van een Zingend Koffiemeisje uit de jaren 50 is natuurlijk de koffiemolen. Wij hebben vier antieke exemplaren, die ons publiek direct herkent en die, zij het enigszins piepend, nog steeds hun werk doen.

Als je als ‘koffiemeisje’ dan een weekje vakantie doorbrengt op het prachtige eiland Terschelling en langs een molen fietst waar met grote letters Koffiemolen op staat, dan is je nieuwsgierigheid vanzelfsprekend gewekt.

En als je dan de molen inloopt en wordt getrakteerd op de meest bonte verzameling koffiemolens die je ooit hebt gezien, dan is het dat je je roze schortje niet bij je hebt, anders zou je toch haast in een liedje uitbarsten…

Zijn ze niet fantastisch?!