Aansluiting zoeken, aansluiting vinden

Ze zitten op de achterste rij, gebroederlijk naast elkaar. De één woont al ruim twee jaar in Zorgcentrum Soenda, de ander twee weken. Ze kennen elkaar nog niet.

De één krijgt een borreltje, want iedereen weet al dat hij dat zo lekker vindt. De ander vraagt een wijntje en het is te verwachten dat ze dat over een paar weken ook al voor hem klaar zetten, voordat hij erom hoeft te vragen.

‘Ik heb het naar mijn zin hier’, zegt de één. ‘Er zijn meer dan genoeg activiteiten en ik hou van muziek.’  De pret spettert uit zijn ogen, als hij een zelfgemaakt trekfluitje uit zijn zak haalt en er een paar keer op blaast.

‘Ik ben overgeplaatst van het François HaverSchmidt in Schiedam’, zegt de ander. ‘Het is even wennen. Maar ik heb besloten om naar alle activiteiten te gaan die worden georganiseerd, want dan ontmoet je andere mensen en vind je vanzelf aansluiting.’

De één laat de bitterballetjes voor wat ze zijn en claimt het hoopje ‘groenvoer’ dat te lekker is om de schalen hartige hapjes alleen maar op te leuken. Hij eet altijd gezond, weet de vrijwilliger me te vertellen. De ander neemt een heet kroketje.

Als we opstaan om aan het tweede deel van ons programma te beginnen, pakt de één het instrumentje op dat we hebben uitgedeeld. Hij draait zich naar de ander.

‘Wil jij misschien ook even?’

De aansluiting is daar.

Is het nou Rijnsburg….of Katwijk?

Als frequent reizigers in het doolhof dat de Randstad heet, vertrouwen wij inmiddels vrijwel blindelings op Google Maps, zowel voor het vooronderzoek als voor het vinden van de weg.

Zaterdag zijn we uitgenodigd bij DSV|Duinrand; als entertainment bij een High Tea (met koffie) in het kader van NL Doet. Vooraf google ik op ‘Waterboslaan’ en zie dat dat in Rijnsburg is. Ik lees me in over dit dorp op Wikipedia. Het is een bollendorp, het ‘uiendorp’ met Café De Koekoek, de Bakkussenbrug  en het Spinozahuis. Genoeg over te vertellen, dus ik heb totaal geen moeite om het lied 24 Rozen van Toon Hermans vol te proppen met Rijnsburgse wetenswaardigheden. Gewapend met originele tekst en muziek scheuren we die middag naar de Bollenstreek.

Al bij het soundchecken voor enkele vroege gasten, ruik ik onraad….  Ik hoor regelmatig een ‘È’ en een ‘W’, die ik zo goed ken van de oer-Katwijkse moeder van mijn zwager. Ik ga het gesprek aan met een vrijwilliger, die mij in onmiskenbaar Katwijks vertelt dat we in Katwijk zijn. Hij blijkt niet helemaal gelijk te hebben, want Duinrand is weliswaar een Katwijks huis, maar door verbouwingen en nieuwbouw tijdelijk verhuisd naar Rijnsburg.  Els, de Activiteitenbegeleidster, knikt:  ‘Een stukkie Katwijk in Rijnsburg’.

Het publiek telt welgeteld drie Rijnsburgers en de rest is zo Katwijks als De Vuurbaak…  Daar gaan we dan mooi het schip in met 24 Rozen op z’n Rijnsburgs! Maar we zouden De Zingende Koffiemeisjes niet zijn als we daar, met de hulp van een meneer uit het publiek, geen mouw aan konden passen. En zo werd 24 Rozen:

‘24 hèrrinkies, 24 hèrrinkies, 24 hèrrinkies voor jou, la,la,la,la,la,la,la,la!’

Als Duinrand terug is in Katwijk, in het gloednieuwe gebouw dat op dezelfde plek komt als het oude Duinrand, dan komen we graag weer langs en dit keer met 24 Rozen op z’n Katwijks. En we zullen de ‘hèrrinkies’ zeker niet vergeten.

5 Haringeters (Katwijkse kunstenaar Gerard Brouwer)

Wederzijds genieten

Begeleider Welzijn, Priscilla, van Woonzorgcentrum De Kreek mailt:

‘Ik begreep dat jullie graag de foto met meneer De Munnik zouden willen hebben, als hij daar toestemming voor geeft.
Hij geeft hier toestemming voor en hij is er trots op dat jullie om zijn foto vroegen. Inmiddels hangt deze ook bij hem aan de muur te pronken op zijn kamer.
En leuk om te weten….er wordt hier door vele bewoners nog steeds flink nagepraat over jullie optreden. Iedereen heeft ontzettend genoten, mensen stralen opnieuw als ze het er over hebben.’

Zo mooi als genieten wederzijds is!

 

 

 

‘Je moet het zien!’

 

kreek2

Ik kan niet slapen. De middag bij De Kreek in ’s Gravenzande golft door mijn brein. Geluiden en flarden van wat wij daar beleefden vliegen langs als de pakkende trailer van een film:

De kennismaking met twee voor hun vak geboren en bevlogen activiteitenbegeleiders, die een geolied team vrijwilligers aansturen; de aanblik van een zaal vol met een publiek van naar schatting 90 à 100 mensen; de mevrouw die onder het luidkeels zingen van een alternatief ‘Koffie Koffie-lied’ een koffiemolenvol bonen leeg draait en later twee schoteltjes gebruikt om de maat te slaan; de twee olijke vriendinnen op de eerste rij (eentje van 97!), die alle liedjes meezingen en die bij het laatste walsje een heerlijke rolstoelendans ten tonele voeren; de blozende Sophie, voor wie wij zingen dat ze ‘de mooiste van de mooisten’ is; en Ellen, die ons, vanuit haar bed dat naast het podium staat, lachend verzoekt om de grachten van 020 voor één keertje in Rotterdam te plaatsen…Aan de Rrrrrotterdamse grachten…..waarom niet?; de stralende lach van meneer De Munnik, die vroeger optrad met een Hawaïaanse band en die door zijn liefde voor de muziek en voor de dans uit zijn rolstoel opstaat en een voorzichtig dansje doet; de marktkoopman die vertelt dat hij, in tegenstelling tot wat wij zongen, nog nooit 100 vrouwen tegelijk op het Marktplein van ’s Gravenzande heeft gezien; de puber die op bezoek is en vanaf de achterste rij heel hard meezingt en -zwaait met 24 Rozen;

Mijn slapeloze hoofd twijfelt; waar schrijf je nou toch het blogje over? Zoveel gezien, zoveel gehoord…  En dan herinner ik me het gesprek dat we na afloop met de marktkoopman hebben. Hij vertelt dat hij zijn vrouw hier acht jaar lang heeft verzorgd en dat ze hem acht maanden geleden is ontvallen. Dat hij in die tijd zo’n bewondering heeft gekregen voor de ‘meiden’ die zijn vrouw verzorgden. Dat hij ontzag heeft gekregen voor hun eindeloze inzet en liefdevolle aandacht. Dat ze nooit te beroerd waren om iets extra’s te doen om het zijn vrouw comfortabeler te maken.

‘Weten jullie, meiden, er wordt zo vaak geklaagd en gezeurd over de dingen die niet helemaal goed gaan, maar ik had niet geweten wat ik zonder hen had gemoeten. Maar je moet het zien, hè. Je moet het zien.’

Amen.  Daar gaat ons blogje over, over het elkaar zien!

kreekProost op al die mensen die ZORGEN tot hun vak gemaakt hebben en die oud-inwoonster en gemeenteraadslid van ’s Gravenzande, Erica Terpstra, allen stuk voor stuk ‘KANJERS’ genoemd zou hebben.
Proost op jullie zorg en aandacht!

En nu ga ik slapen!

 

Eindeloos veel verhalen over koffie bij De Zevenster

de-peekoffieOp de ouderwetse manier koffie zetten is handwerk. De Zingende Koffiemeisjes zetten na anderhalf jaar oefenen inmiddels regelmatig een puik bakkie; dinsdag was ons dagcijfer maar liefst een 9,5. Maar wat valt er nog veel te leren over koffie. Ons publiek, de mensen die het vroeger zo deden, maakt ons beetje bij beetje wijzer.

Gisteren, in De Zevenster in Zevenhuizen, regende het verhalen. Een mevrouw vertelde dat haar moeder vroeger een berg gemalen koffie in een grote soeppan gooide, met wat water en een schep of tien suiker. Dat werd gekookt en door een kaasdoek gezeefd. Het supersterke extract dat daaruit ontstond was genoeg voor een week koffie voor het hele gezin en werd in kleine beetjes opgewarmd en geserveerd met gekookte melk (met of zonder vel…). Benieuwd of ze nog wat met de drab deed. Ik las dat je daar naaktslakken mee kan bestrijden, oesterzwammen kweken en planten bemesten.

Een meneer vertelde dat ze in de oorlog surrogaatkoffie dronken, peekoffie genaamd, omdat de echte koffie vrijwel niet meer kon worden ingevoerd en ontzettend duur was. Peekoffie had eigenlijk niets met ‘koffie’ te maken, want het werd gemaakt van geroosterde cichoreiwortels (de wortels van witlof!). Het werd aangeprijsd als ‘vriendelijk voor de portemonnee’.

cichoreiOf het te drinken was?   ‘Je deed het ermee, want er was niets anders.’

Gisteren zetten we drie bakkies echte koffie, geen surrogaat, want ons luid meezingende publiek verdiende beter.  Ons cijfer? Een 8 min…onze klanten zijn uiterst accuraat als het om de cijfers gaat.

Valentijnsdag bij WZH Waterhof

hart04Het is 14 februari, Valentijnsdag. De Zingende Koffiemeisjes mogen hun opwachting maken tijdens de Alles-Is-Liefde-Dagen bij WZH Waterhof in Den Haag, een zorgcentrum met een breed scala aan diensten. Het is een Woonzorgcentrum, er is Kleinschalig Wonen voor ouderen met geheugenproblemen, er zijn Garantwoningen, een dagactiviteiten- en ontmoetingscentrum en vlakbij een appartementencomplex voor Nederlandse Indische ouderen.

We vallen binnen in de lunchpauze. De gigantische recreatiezaal is druk bezet met allerlei gezellige groepjes en vervuld van heerlijke hapjesluchten. De Haagse lach klatert rond. Na een uurtje opbouwen is het er wat rustiger. Maar voor even.

Als we tegen aanvangstijd de zaal binnenwandelen in onze roze schorten, is het publiek mooi verspreid over de zaal en naarmate ons optreden vordert, wordt het steeds voller. Een smeltkroes van heel verschillende, maar toch vooral allemaal Haagse mensen; gezellig, muzikaal en vanmiddag vooral vrolijk en blij.

De liefde heerst in de zaal. Niet alleen in onze liedjes en verhalen, maar ook in de aandacht, in het samen zingen, in de armen die de lucht ingaan, ook helemaal achterin de zaal, in het elkaar aanmoedigen bij het draaien aan de koffiemolen, in de gemeende 9,5 die we scoren voor ons ouderwetse bakkie koffie, in de polonaise en de dansjes en in de lach en de lieve woorden van de bewoners na afloop.

Een dag met een knalrood randje!

Eerlijkheid duurt het langst

We zijn bij Laurens Sint Petrus in Berkel en Rodenrijs, een voormalige ‘ambachtsheerlijkheid’ in de polder van Zuid Holland.

‘Goedemiddag allemaal! Wij zijn De Zingende Koffiemeisjes…wij hebben ons voor u uitgedost als koffiemeisjes uit de jaren 60.’

We showen onze roze schorten en bloemen in het haar.

‘Lijkt het er een beetje op? Of slaat het nergens op?’

Oké, oké, oké! Het is tegelijkertijd een open deur, het hoofd op een hakblok en een schot voor open doel, dat geven we toe…..

‘Nou, dat laatste!’, horen we zachtjes naast ons. We hebben beet en gooien even wat olie op het vuur!

‘Oh, ècht, mevrouw? Vindt u het een mislukte poging? Slaat het nergens op?’ We veinzen ontsteltenis.

img_9264-bewerkt2Ze knikt.  ‘Nou, jullie zien er hartstikke leuk uit hoor, daar gaat het niet om, maar het slaat nergens op. Zo liep ik er vroeger niet bij tussen de koei’n, hoor! Ik zie het al voor me! En die hakken, dat kon ook niet op de boerderij!’

Eén-nul achter, zou je zeggen, maar mevrouw drinkt haar kopje ouderwetse koffie helemaal leeg, glimlacht en zingt zachtjes mee met de liedjes. Rare, roze schortjes of niet. Aan het eind van ons optreden is het op z’n minst een gelijkspelletje: 1 voor mevrouw en 1 voor de stadse koffiemeisjes.

Nog dichterbij ons publiek!

img_1907bewkHet Hofje van Hoogelande is een verscholen pareltje in het Bezuidenhout in Den Haag. En zoals dat hoort bij hofjes, is het een oase van rust en schoonheid achter een grote massief houten deur in de drukke stad. Het hofje werd in 1669 gesticht door de welgestelde, toen 80-jarige Jonkheer Eduard van Hoogelande, die bij testament liet vastleggen dat de inkomsten uit zijn vermogen ten goede moesten komen aan de armen. Voor hen, bouwde hij het hofje op zijn land. De louter vrouwelijke bewoners (vaak uitgediende dienstmeisjes op leeftijd, zonder geld en huis) woonden er vrij van huur en kregen jaarlijks een uitkering in geld en natura (o.a. 50 gulden en 8 tonnen turf). Naast een teken van sociaal engagement, was het oprichten van een zogenoemd ‘liefdadigheidshofje’, in die tijd, voor welgestelden, vaak een manier om hun naam te laten voortleven.

Hofje van HoogelandeDe Stichting Hofje van Hoogelande beheert het hofje en heeft zich ten doel gesteld het als woongemeenschap in stand te zullen houden en initiatieven aan te gaan en stimuleren, die leiden tot de ontwikkeling van woongelegenheid voor minvermogende dames vanaf 55 jaar. Zo’n doelstelling verraadt een sociale betrokkenheid die verder reikt dan het hofje alleen.

Middels de beheerder, maakten de regenten van het hofje kennis met de activiteiten van De Zingende Koffiemeisjes en besloten, na rijp beraad, ons werk voor de ouderen te stimuleren en waarderen met een donatie in de vorm van twee professionele draadloze microfoons, die wij vorige week, in het Haagse zonnetje, uitgereikt kregen.

Wij zijn er dolgelukkig mee. Deze microfoons brengen ons letterlijk nog dichterbij ons publiek. We kunnen ons nu vrij bewegen tussen de mensen; geen belemmering meer in de vorm van snoeren, alle ruimte voor interactie, een zo belangrijk aspect van onze optredens.

Mede namens ons publiek, de ouderen, danken wij Stichting Het Hofje Van Hoogelande voor hun donatie. Binnenkort gaan we de microfoons inwijden en zullen zeker melden hoe dat is verlopen

Een warme middag in Leiden

De Tuinkamer van Libertas Rijn en Vliet in Leiden kijkt uit op een binnentuintje tussen de hoogbouw. Hij wordt nog niet veel gebruikt. Het is een kleine, knusse kamer, met een klein keukentje en er staan twee tafels met wat stoelen eromheen. Het is er stil en ‘nog een beetje koud’, zegt Arien, de Activiteitenbegeleidster, ‘maar we zetten de verwarming snel aan hoor!’ De bewoners van Zorgcentrum Robijnhof zijn pas naar deze locatie verhuisd en ze zijn nog een beetje zoekende om hun weg en hun plek te vinden in dit grote complex.

We kleden ons om, positioneren onze spulletjes en om twee uur komt de eerste groep van elf bewoners binnen. Om half vier de tweede. Ze moesten even zoeken waar ze precies moesten zijn, maar na vanmiddag, wedden wij dat niemand meer vergeet waar de Tuinkamer is. ‘Dat is de kamer waar de roze, zingende koffiemeisjes optraden.’  Het wordt een middag die we niet snel zullen vergeten. Koffie drinken met een gezellige Leidse babbel. Het uitwisselen van de vele herinneringen over hoe het ook weer ging met dat koffie zetten vroeger. Een hartverwarmend koor bij bijna alle liedjes, de oprecht gedeelde ontroering als wij een lied zingen dat een bewoonster gisteren nog hoorde op de begrafenis van een geliefde. ‘Het moest zo zijn’, verzucht de dochter na afloop. Knuffels onderling, geschater als een meneer met een grote witte snor mijn politiepetje opzet en zich even Bromsnor waant. Hand in hand in de kring langs de Amsterdamse grachten. En van bijna iedereen een welgemeende zoen na afloop. Dat kan alleen als er verbinding is.

Vanmorgen op Facebook een berichtje dat precies verwoordt hoe het was: er was leven.

‘Gistermiddag was ik getuige van een bijzondere voorstelling van jullie. Wat was ik ontroerd hoe liefdevol jullie dit doen met zulke mooie stemmen ook. Normaal zie ik deze ouderen zitten boven in hun gezamelijke huiskamer en dan vindt ik het vaak triest om te zien hoe ze daar zitten.Maar daar beneden in de tuinkamer zag ik leven in iedereen het was zo mooi om te zien dat al deze mensen weer eruit zagen als ze werkelijk zijn alsof ze tot “leven ” werden geroepen😍 krijg nog steeds tranen als ik terug denk aan gister! Dankjulliewel dat jullie dit moois kunnen geven aan alle ouderen!! Groot respect en waardering voor jullie Dankjulliewel👍lieve groet van Ada’

Het werd heel warm in de Tuinkamer en dat kwam niet door de verwarming.

 

Feestje voor een negentigjarige

In het elektronische zorgdossier van de moeder van mijn hartsvriendin staat op vrijdag de 13e:

‘U heeft erg veel zin in morgen, als de Koffiemeisjes komen. U vertelde er uitgebreid over.’

zk-sjaan-klein

Het is opmerkelijk dat ze dit deelt met de verpleegkundigen, want haar korte termijngeheugen laat haar langzaam in de steek. Ze woont nu twee maanden in Zorgvilla Nieuw Boschoord in Lunteren, een particulier kleinschalig-wonen-project van Holland Zorgvilla’s, een organisatie die particuliere woonvoorzieningen voor ouderen met een zorgindicatie beheert.

De overstap van de horror van een plekje in een grootschalig zorgcentrum dat niet aan haar zorgvraag kon voldoen, naar een plekje hier, had best wat voeten in de aarde; een negentigjarig, vrij broos leven verplaats je niet zomaar. Maar het lukte, dankzij de liefdevolle begeleiding en ondersteuning van haar gezin. Ze gedijt. Ze kwam tot rust en tot leven. Ze mocht vorige maand, op haar nieuwe, veilige stekkie, haar negentigste verjaardag vieren. En wij, De Zingende Koffiemeisjes, waren het cadeau van haar dochter en twee zoons.

Dus op zaterdagmorgen in alle vroegte, tussen de hagelbuien door, naar de Veluwe, waar de Jarige Jet met haar kinderen op ons wacht. Ook de tien andere bewoners met wat bezoekers zijn uitgenodigd, want ze heeft haar leven lang graag gedeeld, dus waarom nu niet. Het wordt een uurtje genieten in de sfeervolle huiskamer op de zolder van de villa. Ook hier de herkenning en de verbinding, de lol van het samen zingen.

picmonkey-collage

‘Ik weet niet wat ik meemaak’, verzucht ze na ons optreden. ‘Iedereen is wel eens jarig, maar dit! Ik wist niet dat het zo’n feest zou worden.’

‘Ja, maar niet iedereen wordt ook zomaar negentig’, zeg ik, ‘dat mag best goed gevierd worden, toch? Vond u dit een leuk cadeautje?’

Ze vond het geweldig. Ze lacht nog even voor de foto en luncht dan haar bord leeg.

‘Bent u nou erg moe?’, vraag ik haar als we afscheid nemen.

‘Ja, meid, ik ben het best wel zat. Ik wil slapen.’

Ik ken haar al 48 jaar en weet dat ze het vroeger niet zo eerlijk gezegd zou hebben. Haar oude hart heeft de weg gevonden naar haar tong en haar brein kent alleen ‘het nu’. Vanmorgen was ‘het nu’ een feestje en nú wil ze slapen. En wij hopen dat ze het nu van vandaag morgen ook nog een beetje voelt.