Koffietour langs Haarlemmers van de dagbesteding, zo nodig!

Dagbestedingtoer Zingende Koffiemeisjes

Dat COVID-19 een ramp is voor ouderen, voor veel meer dan alleen de gestorvenen, is genoegzaam bekend. We weten allemaal wel dat de verpleeghuizen kampen met overvraagd zorgpersoneel en met depressieve bewoners. Een groep ouderen die minder aandacht krijgt in de media, maar het zeker zo zwaar heeft, zijn de kwetsbare ouderen en mantelzorgers die niet in een zorginstelling wonen, maar thuis, alleen of met partner. Mensen die voor hun sociale contacten, zorg en structuur aangewezen zijn op de dagbesteding, die door de coronacrisis gesloten is.

Sabine, een betrokken en creatieve activiteitenbegeleider van Zorgbalans, zag de eenzaamheid, zorgproblematiek en sociale armoede bij haar cliënten van de dagbesteding en construeerde een Zingende Koffiemeisjes Tour langs zes huisadressen. Dinsdag toerden wij door Haarlem.

We beginnen bij J. uit Venezuela, die sinds het begin van de crisis nog niet buiten is geweest. We zingen voor haar drie swingende liedjes in het speeltuintje voor haar huis, op 2 meter afstand. Ze lacht, zwaait en zegt wel tien keer “Dit had ik niet verwacht”.
Dan gaan we naar een jarige. Hij is omgekeerd 18 geworden vandaag en is voorlopig aan huis gekluisterd vanwege longproblemen. De zo gewenste terugkeer naar de dagbesteding is voor hem nog ver weg. We hangen slingers op zijn deur, laten hem drie liedjes kiezen en zingen onze longen uit het lijf voor hem en zijn dochter. Hij weigert om halverwege op z’n rollator te gaan zitten.
Er volgen nog een paar kleine groepjes, in verschillende wijken, bij een woonhuis, bij een flat, op een pleintje. Plekken en mensen met een eigen verhaal.
We zien heel Haarlem in een middag.

De grote gemene delers? Eindelijk weer ontmoeten, zingen en swingen, delen, genieten en loslaten. Eventjes, zeker drie liedjes lang.

Wat een superactie, Sabine! 

Hoe is het in een door COVID-19 geteisterd verpleeghuis

Voordat ‘corona’ alleen nog maar een angstbeeld was, was het vooral de benaming van een lichte krans van ijl plasma om de zon. Een corona laat zich alleen waarnemen als er een complete zonsverduistering is. Het oppervlak van de zon is anders te licht.

Ik herken de metafoor als wij dinsdag het door ziekte geteisterde Flevohuis in Amsterdam betreden.

De deur die altijd open vliegt als we met ons karretje met koffiespullen aan komen rijden, is hermetisch gesloten. We drukken op de bel en ontmoeten twee wantrouwige ogen boven een wit mondkapje. Pas als we aangeven dat we De Zingende Koffiemeisjes zijn, verzacht de blik en worden we hartelijk verwelkomd.

We voelen beiden een zekere spanning als we door de hal van het gebouw lopen. Het is er anders. De sfeer van openheid en Amsterdams bravoure, zoals we die hier zo goed hebben leren kennen, is in geen velden of wegen te bekennen. De vraag hoe het gaat, is vandaag een pijnlijke en beslist onnodig, het gaat NIET. Er zijn al zoveel mensen overleden. Naar een aantal vragen, doen we niet. Lies begroet ons. Haar stem is zacht, haar ogen missen de ons zo bekende lach en haar schouders zijn moe. We zien een Activiteitenbegeleider/Welzijn, die werkt binnen een verpleeghuis waar COVID-19 het scepter zwaait. Ze vecht.

De situatie is lastig, de binnentuin is een ravage door een grootscheepse verbouwing en er zijn weinig plekjes waar we kunnen staan voor een optreden dat door de bewoners gezien en gehoord kan worden. Maar Lies wil het zo graag, voor háár mensen, want die hebben het zó nodig.

We vinden een door bouwhekken omgeven tuintje, dat grenst aan de straat en aan een huiskamer. We stellen onze spullen op in de prachtige voorjaarszon. Het wordt een heerlijk uurtje. De bewoners worden naar buiten in de zon gereden en aan de overzijde, op de eerste verdieping, voor het raam gezet. Wij mogen ze blij zingen en wat voelen we ons dankbaar. Ze zitten op een grotere afstand dan we gewend zijn en het is lastig voor ons om niet naar ze toe te gaan als ze een traan laten of met hun handen zwaaien. Een bewoner voedt een andere een dropje. Onderling is er geen afstand.

Na het optreden, schuifelt een bewoonster, langzaam op ons af achter haar rollator. Ze is blij en wil met ons praten, haar vreugde over dit muziek-uurtje met ons delen. Haar man zat in de muziek en ze mist dat zo enorm. ‘Daarom moest ik even huilen. Niet om jullie hoor!’ Een verzorgende met mondkapje en handschoenen stapt alert en rustig binnen de anderhalve meter die de vrouw van ons scheidt en voorkomt fysiek contact. We blazen elkaar een handkus toe ter afscheid.

Licht bestaat bij de gratie van het donker. De zon is flink verduisterd in het Flevohuis, daar kunnen we niet omheen, maar rond de duisternis vormen mensen zoals Lies en haar lieve collega-verzorgenden op de huiskamers een fel schitterende corona. Dat is geen angstbeeld, maar pure liefde!